Een Yogi houdt van Zijn

De kern van Yogi-zijn is niet dat jij weet wat dat is of hoe dat moet, en of je dat al kunt – maar dat jij onvoorwaardelijk houdt van Zijn. Je kan wel snappen dat we niet eens ‘uit Zijn’ kunnen, maar wil jij van Zijn houden? Daardoor ben jij een Yogi en de rest is de uitvoering daarvan. De ‘uitvoering’ is minder belangrijk dan jouw onvoorwaardelijke liefde voor Zijn, want precies dat is de yoga, je vereniging met ‘het ene’ al. Alle methoden vallen weg in, of wijzen hoogstens naar méér houden van Zijn dan van je psyche.

Yogi-zijn, onvoorwaardelijk houden van Zijn, is een gekke, riskante verliefdheid: Zijn is jouw geliefde en alles wat je geliefde doet en wil, vind jij prachtig. Je wilt niets liever dan jezelf geven aan je geliefde, aan Zijn. Je wilt helemaal één Zijn. Yogischap is dus ook een soort seks met Zijn, waarbij Zijn álles voor jou is. Yogi-zijn is overgave aan Zijn. Voor jou kan dit alleen goed aflopen als jij dit écht wilt. Overgave aan Zijn is niet dat jij een lappenpopje in de wasmachine wordt; alles wat jij op het Yogipad doet, is jouw wilsbesluit en alleen zo kan het kloppen en voel je je ook van binnenuit een Yogi.

Dit is voor mij juist het fantastische: Yogi spreekt door mij en ik kan écht een Yogi zijn, Zijn belichamen omdat ik ervan houd en ik dat wil. Deze verliefdheid is ook nog eens heel lekker. Die lekkerte van tot over je oren verliefd zijn is de energie die je helpt om te leven als een Yogi.

Verliefdheid op Zijn is de brug waardoor je je psyche-oriëntatie kunt loslaten. Je psyche kent verliefdheid óók, als een soort van gekke uitzonderingstoestand waarbij je jouw defensies laat vallen tegen beter weten in omdat je geliefde wel zó aantrekkelijk voor je is dat je dit ineens durft. Bij het magnetisme van verliefdheid draait het kompas van je psyche dol, en zo raak je vanzelf je psyche-oriëntatie kwijt. Je komt in een ‘ongerepareerde’ maar heerlijke toestand; je kunt je gezicht niet meer strak houden als je denkt aan je geliefde, je psyche is je niet meer de baas. Met je geliefde is voor jou alles mogelijk.

Die aantrekkingskracht van je verliefdheid, de erkenning ervan en jouw beslissing dat je dit wilt – dat jij jezelf aan Zijn wilt geven – zijn nodig om je koers te houden en Zijn te blijven herkennen, terwijl je psyche vervolgens alle mogelijke voorwaarden en twijfels in stelling brengt. Dat is je psyche gewend want die zegt eigenlijk altijd: ‘ja-maar dít zou zo niet moeten zijn’ – terwijl jij als Yogi juist het zo-Zijn van al jouw gevoelens en elke situatie omhelst, en zo in een verlichte Zijnswerkelijkheid leeft.

Leven als een Yogi

Over verlichting of non-dualiteit of hoe je het noemt kun je veel lezen, denken en weten, maar ‘wat je weet’ staat altijd tegenover jou als ‘iets’ waar je van een afstand naar kijkt en juist dat is al dualiteit. Je kunt non-dualiteit of verlichting alleen leven als een yogi. Yoga betekent ‘verbinding’, met name verbinding met het éne Zijn. Een yogi is een beoefenaar die verbinding en overgave aan het ene Zijn als uitgangspunt van beoefening neemt. Als yogi ben je al compleet verbonden, zonder enige afstand, zonder verschil met het complete Zijn. Een yogi leeft volkomen in Zijn, en herkent alle ervaringen minstens als herinneringen aan Zijn, of rechtstreeks als Zijn.

‘Leven als een yogi’ lijkt zo een misschien mooie, maar volstrekt onmogelijke opdracht, zoiets als ‘heilig zijn’. Dat klopt echter niet. Want het is onze ware aard.

Als mens zijn we namelijk al volkomen open voor het leven: alles kan zomaar gebeuren; alle mogelijke waarnemingen kunnen zomaar binnenkomen, gevoelens treden als vanzelf op en als we daar iets aan willen doen zijn we altijd te laat. We proberen wel een persoonlijk territorium en een vaste persoonlijkheid met zijn eisen aan het leven in stand te houden – maar het leven gehoorzaamt helemaal niet aan jouw grenzen en eisen. Daardoor gaat elk vast beeld van jezelf altijd aan diggelen, zo verlies je continu wat je dacht dat van jou was.

Je kunt je helemaal niet afscheiden van het leven dat zomaar door jou heen stroomt. Het leven is heel en je kunt er geen stukje van afschermen; het is vrij en gaat haar eigen gang. Pas als je dat inziet en je ervan uitgaat dat je daar niets aan kunt of ook maar wilt doen, blijk jij zelf net zo heel en vrij als dat leven – want jij bent jouw hele, vrije leven. Dat is leven als een yogi. Met het aannemen van die heelheid en vrijheid van jouw leven, kun je alleen maar open blijken te zijn en dat is je ware aard.

Als yogi neem je onverdeeld deel aan de heelheid en vrijheid van iedere situatie die zich maar voordoet. Precies zoals alles is en gaat in je leven, is het elk moment opnieuw heel en vrij. Iedere ervaring is nieuw en onverstoord, dus nergens is ooit iets mee gebeurd. Niets en niemand is onvolledig of onvolwaardig, niets of niemand moet eerst nog veranderd worden om bevrijd te zijn – ook de yogi is in alle omstandigheden en toestanden volkomen heel en vrij.

Als yogi ervaar je die heelheid door als vanzelfsprekend alles in je leven erbij te nemen. Als yogi ga je uit van heelheid, je eenheid met het leven. Niets kan daarbuiten vallen of daarbuiten gehouden worden. Als yogi ervaar je vrijheid door als vanzelfsprekend alles in je leven vrij te laten. Een yogi gaat uit van de complete vrijheid van alles zoals het is en gebeurt en dit blijkt ook jouw eigen vrijheid in te houden. Door uit te gaan van heelheid en vrijheid blijk je compleet open te zijn voor alles in het leven en hierin herken je je natuurlijke menselijke zijnstoestand.

Kortom, je ware menselijke aard is het om te leven als een yogi, om volkomen vanzelfsprekend uit te gaan van heelheid en vrijheid en open te zijn. Omdat het leven zo is. En zolang we dat niet doen, zijn we aldoor gefrustreerd en teleurgesteld over het leven.

Door te leven als een yogi kun je werkelijk groot geluk ervaren; heelheid, vrijheid en openheid die niet kapot kunnen. Tegelijk voel je op je klompen aan dat dit ook een offer van je vraagt, namelijk al de voorwaarden die jij aan het leven stelt, waar jij vindt dat het aan moet voldoen. Juist door jouw voorwaarden ‘voldoet’ het leven vaak niet en ben je ongelukkig, dus je kunt ze beter loslaten – maar dat lijkt dan heel eng en onveilig.

‘Veiligheid’, ‘bescherming’ en ‘rust’ zijn paradoxen: je denkt ze te krijgen door een territorium met grenzen en regels af te palen – en hoe meer territorium, grenzen en regels je hebt, des te makkelijker kan het leven daar doorheen breken en schrik of erger jij je een ongeluk. Nergens heb je zoveel last van pratende medereizigers als in de stiltecoupé! Je ‘veiligheid’ en ‘rust’ zijn een illusie. Tegelijk rust je volkomen veilig in Zijn – waar alles kan gebeuren. Welkom op het Yogipad!

Yogi Daan

Nieuwe Handleiding voor je geest

1.Je maakt je meestal teveel zorgen, kijk wat er écht aan de hand is.

2. Wat al is gebeurd kon niet beter. Goed dat je ziet wat er is. Nu kies je wat jij doet.

3. Je kunt en zult altijd kiezen wat jij het beste vindt – met het inzicht dat je op dit moment hebt. Maak je geen zorgen om je keuze maar raadpleeg je ruimste inzicht.

4. Je leeft in de sfeer van je houding en de intentie van je daden. Als je hier echt bij stilstaat kies je de meest liefdevolle weg en leef je in liefde.

5. Je kunt alles in jezelf en buiten jezelf erbij nemen. Zodra je dit eerlijk doet, is hier de ruimte, rust en liefde voor. Met alles erbij genomen ben je open voor je complete situatie, je hele leven, Zijn.

6. Alles verschijnt in jouw open geest, je hart. Alles dat in je geest verschijnt, is jouw geest, je hart.

7. Wat je negatief vindt of “tegenover je” ziet, is een manifestatie van je eigen geest die je er nog niet bij had genomen.

8. Je “zelf” is een beperkte en denkbeeldige positie in je geest. Je kunt jezelf niet vernietigen, maar wel loslaten en overstijgen in je complete bewustzijn van je complete situatie.

9. Je verhaal, je identiteit of slachtofferschap is een tragische getuigenis van de onbevredigende beperkte positie van je zelf; onnodig en zinloos om hierin door te gaan.

10. Compleet bewustzijn van je complete situatie, je hele leven, onwankelbaar en liefdevol Zijn, je hart, is nu en altijd aanwezig. Dit ben jij op het moment dat je je bewustzijn niet beperkt tot de positie van een zelf.

Zodanigheid is al moeiteloos aanwezig

Er zijn tegelijkertijd  ‘twee werkelijkheden’ in je leven:

1)  Je interpretatiewereld die je aandacht fascineert door alles als ‘goed of slecht’ te zien en op jou te betrekken zodat jij goed of slecht ‘bent’ door wat er gebeurt. Zodra je in deze interpretatiewereld stapt, moet het goed  blijven gaan, gaat het steeds bijna verkeerd, of is het al verkeerd en moet het weer goed gemaakt worden. Je blijft ermee bezig om het goed te krijgen en het lukt nooit echt. Stress!

2) Je Zijn, Zodanigheid, onmiddellijke waarneming, vindt onderwijl tegelijkertijd plaats. Zijn is niet ‘goed of slecht’. In de herkenning van Zodanigheid ervaar je de onvoorwaardelijk gegeven vrijheid en heelheid van alles precies zoals het is en gebeurt.  Terwijl je geloofde en rondliep in je interpretatiewereld is er aldoor alleen maar Zijn, Zodanigheid, onmiddellijke waarneming van alles precies zoals het is en gaat: vrijheid en heelheid.

Is het nu moeilijk om uit je fascinerende goed-of-slecht-interpretatiewereld te stappen? In die interpretatiewereld lijkt dat zo, want daar moet ‘slecht’ eerst veranderd worden in ‘goed’ en dat is altijd erg moeilijk. Tegelijk is Zodanigheid is er altijd al en is dus al moeiteloos aanwezig. Zelfs in de vorm van je interpretaties: je gedachten zijn moeiteloos aanwezig, je emoties zijn moeiteloos aanwezig, de angst dat je iets fout doet en dat jij dan ‘fout bent’ is moeiteloos aanwezig. Je kunt simpelweg die moeiteloze aanwezigheid herkennen van wat je precies nú ervaart – en je realiseert je Zodanigheid.

Dit is onmiddellijke waarneming: zonder moeite simpelweg als Zodanig erkennen wat je nu ervaart, zonder dit in goed-of-slecht te splitsen. Onmiddellijke waarneming gaat moeiteloos vanzelf en zo bevrijdt alles zich vanzelf. Maar we zijn ook heel erg getraind in onze goed-of-slecht-interpretaties en die zijn er heel snel. Ze hoeven niet weg: je neemt ze moeiteloos waar in hun Zodanigheid – en je bent er.

Deze Zodanigheid zijn we niet meer gewend te herkennen, en om hieraan te wennen doen we Zijnsmeditatie.

Yogi Daan

Druk? Open aanwezigheid is genoeg

We kunnen ons van huis uit knap druk maken om van alles dat lijkt te moeten, met een volle agenda of zonder volle agenda. Dat moeten staat niet in  je agenda, het zit in je hoofd en het is een poging om ooit een keer goed genoeg te zijn. Prachtig idee!

Zodra je opgemerkt hebt dat jij van Zijn bent (en dat kan echt niet anders), open voor alles, helemaal vanzelf, dan ervaar je Volkomenheid. Alles klopt in Zijn, alles is op zijn plaats. Precies waar jij bent, ben je helemaal op je plaats en je hoeft enkel hier, helemaal menselijk, vanuit je hart aanwezig te zijn. Je aanwezigheid is genoeg: als jij echt, wakker, hier bent, doe je vrijwillig precies wat haalbaar en nodig is. Vaak is dat niet veel, maar weinig. Weinig doen moet je een beetje durven: het lijkt niet genoeg.

We denken dat het niet genoeg zal zijn om in deze situatie wakker aanwezig te zijn, want we hebben nog véél meer op ons lijstje staan voor later, om unfinished business van vroeger alsnog op te lossen. We hebben ons allemaal als ‘niet goed genoeg’ ervaren – en daar is nu niets meer aan te doen! Ook wat je volgende maand, morgen of over een kwartier moet doen, kun je nu niet doen en daarmee bezig zijn mislukt. Maar precies hier nu kun je het weinige doen wat hier nu nodig is. Als er iets nodig is.

Moeten we iets doen? Als we met andere mensen zijn is iets doen vaak een masker en is aanwezigheid veel directer. Alleen vanuit aanwezigheid merk je wat er aan de orde is en doe je het weinige wat hier echt nodig is. Je ziet vanzelf wat je doet. Vaak doen we minder dan we van plan waren en is dat helemaal niet te weinig: het is precies wat paste.

Zien wat je doet gaat het beste zonder te piekeren over jezelf of wat anderen van jou vinden of wat jij van anderen vindt. Je ‘ik’ probeert almaar goed genoeg te worden en mislukt daarin. Je open aanwezigheid is, los van bezigheid met je ik, helemaal volmaakt zoals die is. Je kan daar nú zomaar in stappen, want je bent er al. Je hoeft jezelf niet te maken.

Yogi Daan

Mijn praktijk is van Zijn

‘Praktijk’ heeft voor mij twee betekenissen. Het is de manier waarop ik klanten ontvang en help omgaan met hun leven, en het is de manier waarop ik zelf leef, de levensfilosofie die ik praktiseer. Dat gaat voor mij samen omdat ik niet iemand ben die iets anders kan doen voor een ander dan voor mezelf. En ook omdat ik mijn eigen hulp geregeld nodig had en heb. Ik ben vrij slim en kan heel goed twijfelen en ook mezelf met gedachten in de luren leggen; ik ben naast mijn opleidingen ook een ervaringsdeskundige in piekeren.

Ik vond het fijn anderen te helpen met de helderheid die ik in mijn twijfel vond en ik heb ook veel gehad aan mijn eigen hulp, eerst met Rationeel-emotieve therapie (RET), later met Zijnsgeoriënteerde begeleiding. Ik merk ook al een jaar of tien dat ‘ik’ niet de wezenlijke, diepste grond van mijn leven is, en dat er een grotere diepte is die helemaal niet verward is. Bij Zijnsoriëntatie noemen we dat ‘Zijn’. Ik heb dat ervaren als een heel evidente Openheid op de plaats waar ik mezelf dacht, een Openheid die alles en iedereen omvat zonder zelf iets te zijn.

Gaandeweg realiseerde ik me dat ‘ik’ die Openheid-in-plaats-van-mij ben. Dat is waarom ik me ‘Yogi’ noem: totaal verbonden met Zijn, niets anders dan Zijn. Zorgeloos gelukkig! Ik realiseer me ook dat het helemaal niet zou kloppen om iets anders te zijn dan Zijn: hoe kan dat nou?

Vanuit Openheid gezien is de afscheiding waarbinnen je ‘ik’ leeft, een illusie. Dat kan je al merken aan het simpele feit dat alle ervaringen zomaar bij je binnenkomen. Ons ik doet vooral veel moeite om die illusie van een eigen territorium tegenover Zijn in stand te houden door af te weren wat er allemaal gebeurt en iemand te worden met wie rekening gehouden zou worden. Daar kun je goed in zijn of niet – ik was daar niet goed in, dus voor mij was dat een heel gevecht; ik was nooit zo overtuigd dat ik ‘iemand’ was en lag daarover in de knoop met mezelf.

Ik merkte dat juist dit ongeloof in mijzelf de Openheid is waar ik mijn ik overheen probeerde te bouwen, en dat het niet nodig is dat maar te blijven proberen. Mits je het gemis aan een sterk ik niet op jezelf betrekt. Alleen als je het tekort aan een ik op jezelf betrekt, is dat jouw tekort aan je eigen ik: dat doet pijn! Dat was precies de pijn die ik altijd al in mijn ik had: op mezelf betrekken wat ik mis. “Ik weer niet!” Het was ook de pijn die ik bij veel van mijn klanten zag. Ik probeerde hen te leren beter over zichzelf te denken. Maar bij mijzelf was dat niet overtuigend.

Het valt me al een paar jaar op hoe groot het verschil is tussen mij en Yogi: ik zit vol gepieker en Yogi is vrij en blij, in precies dezelfde situaties. Hoe komt dat? Ik ben bezig ‘iemand te zijn’, betrek alles op mezelf en dan is niet goed of het deugt niet – en Yogi doet dat niet, is open en blij met Zijn. Ik heb lang geprobeerd minder op mijzelf te betrekken, en dat is zeker verstandig, maar die neiging blijft en zo is mijn ‘ik’ structureel ontevreden over zichzelf!

Ik ben inmiddels zoveel met mijn ik bezig geweest, dat ik durf te beweren dat ‘ik’ bestaat – of elke keer ontstaat door iets op mijzelf te betrekken en niets anders is. ‘Ik’ is de gedachte: “Ja-maar ik dan?” Zo heeft mijn ik een heel ja-maar-verhaal over “mijn leven”, waardoor die gedachte zich voordoet alsof hij de misprijzende eigenaar van mijn leven was (zoals één heel ontevreden man de baas van een groot land kan worden).

Yogi zijn, open zijn voor Zijn, is véél fijner (voor mij en anderen) dan die ik-gewoonte van alles oordelend op mijzelf te betrekken. Ik weet dat Yogi mijn open wezen is en mijn ik daaroverheen is gebouwd – dus nu kan ik kiezen. Wat zou jij kiezen als je de keuze had tussen structureel ongelukkig of gelukkig zijn? Vreemd dat we daarover kunnen twijfelen: “Ja-maar ik dan?”, zegt je ik!

Durf jij voor geluk te kiezen?

Wel, zo is dit niet meer de praktijk van mijn of jouw ik, maar een praktijk van Zijn, van een Yogi van Zijn die Open is. Doe je mee?

Yogi Daan.

Zijn, het directe pad

Zijnsoriëntatie heeft allerlei werkwijzen. Zijn zelf is het directe pad. Het mooie van ‘Zijn’ is dat het zo’n toegankelijk woord is. Je weet intuïtief wat bedoeld wordt. Zijn is niet reactief, niet een antwoord op wat dan ook en blijft altijd volkomen onbelast, heel en vrij. Probleemloos zichzelf. Daarbij is Zijn de toestand waar jij en alles vanzelf in verkeert. Laat Zijn!

Bij mij houdt hier vanzelf mijn denktekst op en slaat om in stille verwondering. Hoe alles er zomaar is! Zijn zelf is meditatie.

Je wilde een antwoord op problemen – Zijn geeft geen antwoord, én heeft geen problemen. Je wilde een manier om iets op te lossen – er is niets op te lossen. Zijn is al klaar zoals het is.

Je hoeft er enkel te Zijn. Dat is al zo. Sta dit toe en je geest blijkt de heldere spiegel van alles te zijn. Open zonder oordeel, vrij en altijd heel.

Laat hier, in Zijn, je leven binnen. Wijk niet van Zijn.

Yogi Daan

Zijn – en je problemen dan?

Met Zijnsoriëntatie ga ik uit van Zijn. Als je Zijn ervaart, bijvoorbeeld door erop af te stemmen of er goed bij stil te staan, merk je dat Zijn totaal probleemloos is. Tegelijk is er niets dat niet Zijn is. Als je vanuit Zijn kijkt en ervaart, ervaar je wat eerder problematisch leek, niet als een probleem, maar als een hele, vrije en waardevolle situatie waarin jij ook heel en vrij bent en je kunt doen wat jij wilt.

Dat is prachtig, maar het ‘werkt’ alleen als je dit niet haastig probeert te doen. Als je er echt goed, vanuit Zijn bij stilgestaan hebt zou je kunnen zeggen: “Mijn problemen zijn Zijn!” Vanuit diepe ervaring is dat een transformerend inzicht. Maar je kunt dit niet als een sticker overal even snel op plakken, waarmee je jouw problemen blind omdoopt tot “ook Zijn”.

Door “Zijn” als een sticker te gebruiken, doe je precies het omgekeerde van hoe Zijnsoriëntatie bedoeld is. In plaats van Zijn als uitgangspunt te ervaren en daarbinnen naar ‘problemen’ te kijken, neem je dan je problemen als uitgangspunt, en die noem je dan “óók Zijn”. In plaats van je werkelijkheid in een Zijns-optiek te zien, zie je dan “Zijn” vanuit je dagelijkse, problematische optiek. Zo sla je het helemaal plat. Waarom zou je dat doen? Die verleiding treedt op als je je probleem zou willen rechtvaardigen: “Maar jij zegt toch dat alles Zijn is?” Zo geef je jezelf gelijk – en plak je jezelf nog meer vast aan je probleem.

Terwijl Zijn de mogelijkheid biedt om dwars door je problemen heen te kijken en die en jezelf als heel, vrij en open te ervaren, vraagt dit van je dat je je niet meer laat motiveren door je problemen, maar door liefde voor Zijn. Alléén als je Zijn op de eerste plaats wilt zetten en de discipline wilt opbrengen dat echt te doen, kunnen je problemen zich transformeren tot vrijheid. Dat is vrijheid om te doen wat jij wilt: er komt  geen goede fee, zonder jouw wil werkt jouw leven niet.

Wat wel werkt is dat je Zijn voorop stelt, rust in Zijn en doet wat je wilt.

Wat is een ontmoeting in Zijn?

Ja, zo heet het, ‘Ontmoeting in Zijn’ is een vertaling van ‘satsang’ – en ik zie dat die woorden de buitenkant aanduiden: zo weet je nog niet wat er gebeurt. Als je de buitenkant benoemt lijkt het alsof je weet waar het over gaat, maar je hebt nog niets gezien; je hebt een gesloten doos in de winkel zien staan: “die wil ik!” Misschien heb je daar gelijk in of ook niet – maar je weet van binnen dat het om de binnenkant gaat.

Het gaat altijd om de binnenkant: niet wat het is en hoe het heet, maar hoe je beleeft waar het om gaat. De binnenkant is weer moeilijk te benoemen, want als je “het goede woord” hebt, heb je de beleving verpakt in een doos. De woorden, de dozen zijn altijd te groot en te hoekig.

Hier gaat het om jouw binnenkant die mijn binnenkant ontmoet in het onbenoembare dat er altijd is en dat we voor het gemak “Zijn” noemen, waarmee ik totaal verbonden ben. Die binnenkanten blijven, als je van buiten kijkt, een mysterie. Door dit als een mysterie te herkennen heb je de kans dat je ineens ‘binnen’ blijkt te zijn. Midden in Zijn, compleet verbonden. Je was altijd al binnen in Zijn. Je kunt je terdege afvragen of daar wel iets ‘buiten’ is, zoals de woorden je lijken te beloven.

Het mysterie dat ik mocht ontdekken en wil aanwijzen is dat we al ‘binnen’ in Zijn zijn, vanzelfsprekend open en verbonden, zonder onszelf te veranderen. Tenminste als we het aandurven zó bij elkaar te zijn, uit onze dozen te komen, onze verhalen en zelfs “de goede woorden” los te laten.

Welkom!

Open omgaan met emoties

Je kunt alles ervaren dat je ervaart, omdat je wezenlijk open bent. Van alles kan jou emotioneel raken, omdat je een liefdevol wezen bent. Zo zijn emoties bij je ‘binnen’ en raken je voordat jij ‘ho’ kan zeggen. Dus ontkennen dat jij bepaalde emoties kan hebben, is onzinnig en zinloos. Zodra een emotie er is, heb je die!

Maar met emoties ontstaat meestal ook een heel gevecht: je wilt er vanaf en dat lukt niet; je probeert je er van af te sluiten en dan maak je jezelf ongevoelig, of je voelt jezelf er het slachtoffer van en je maakt jezelf klein. Op al deze manieren voel jij je geen open en liefdevol wezen meer.

Hoe kun je nou open zijn terwijl je emoties hebt? Eigenlijk door niets met die emotie te doen.

  1. Het lijkt lastig maar je kunt je emotie simpelweg toelaten, want je voelt hem al. Je gaat er niet mee vechten, je loopt er niet van weg, je durft je te laten raken en dit te voelen.
  2. Als je emoties voelt, zul je opmerken dat elke emotie vergezeld gaat van een heel verhaal van gedachten over jou en de ander; bijna al die gedachten zeggen: “ik…” Geloof er niet in dat jij dat werkelijk bent: identificeer je niet met de verhalen van je emotie: jij bent dat niet!
  3. Als je je laat raken en puur je gevoel voelt waar je dit voelt, kun dit als jouw gevoelige ruimte ervaren; hierbij lost je identificatie en verkramping op. Nu kun je de liefdevolle grond van je gevoeligheid ervaren, je grote Hart.

Zo kun je dus emoties voelen zonder erdoor meegesleept te worden; open blijven zonder gevoelloos te worden.

Dan kunnen we kijken waar emoties vandaan komen. Emoties lijken te ontstaan doordat er “iets fijns of iets naars gebeurt”. Dat is wat de verhalen van de emoties ons vertellen – maar die kun je niet echt geloven. Emoties komen niet van buiten op je af doordat er ‘goede of verkeerde dingen’ gebeuren. Het zijn gevoeligheden in jouzelf, die getriggerd worden doordat er wel of niet aan jouw verwachtingen wordt voldaan. Als je in je verwachtingen gelooft, denk je dat je recht hebt op wat die jou beloven – en dan lijkt er een onrecht te ontstaan als dat niet doorgaat. Dáárdoor treedt een gevoel van teleurstelling op en door hoe je met die teleurstelling omgaat, kan angst, woede of verdriet optreden. Eigenlijk is alleen je verwachting teleurgesteld, maar nu heb jij de neiging te geloven dat jij teleurgesteld bent, omdat die teleurstelling roept: “Ik ben teleurgesteld!!”

Nu is het lot van alle verwachtingen, dat zij wel een keer teleurgesteld zullen worden. Zo gaat het leven! Dus dat is waarom je aldoor weer geraakt wordt en nare emoties voelt. Bij kleinigheden, maar ook bij grote levensgebeurtenissen. Je kunt je laten raken en je kunt al die emoties voelen, maar je hoeft niet te geloven in het verhaal daarvan. Wat er door de gang van het leven instort zijn enkel je verwachtingen.

Ook dat kan nog heel ingrijpend zijn, omdat wat we over ons leven en over onszelf denken, voor het grootste deel bestaat uit verwachtingen. Eigenlijk weten we heel weinig over ons leven en onszelf – dus al die dingen die we dachten te weten maar niet echt weten en toch verwachtten, kunnen een keer anders gaan. Op die manier kan je leven één grote afbraak lijken van je verwachtingen,”één grote ramp” zegt je verhaal.

Dat leven een gevoelige aangelegenheid is, is niet te ontkennen, maar het is alleen een ‘ramp’ voor je verwachtingen over dingen die je niet weet. Je verwachtingen verliezen het van de werkelijkheid en je gaat eigenlijk steeds minder ‘weten’. Als je je laat raken en je verwachtingen loslaat, kun je steeds meer verandering en gevoeligheid toelaten zonder daaraan te lijden, omdat je steeds minder vasthoudt aan verhalen over wie jij bent en wat jouw leven is.

Als je hiermee vertrouwd raakt, dan is het mogelijk dat je beslist om niet meer te leunen op je verwachtingen, ook al houdt dit dan in dat je niet weet wie jij bent en hoe jouw leven gaat. Je kunt je te veroorloven te verliezen wat je dacht dat je was, continu raakbaar en open zijn voor je leven.

Het is op dat punt dat ik me geregeld opnieuw realiseer dat ik niemand ben en niets heb, en dat het hele leven een geschenk is. Het maffe is dat ik het dan elke keer prachtig vind.